Categorie Teruglezen

De Toonrede

 

Waarde landgenoten!

Of moet ik zeggen ambtsgenoten?

Want of je nu op een virtuele kansel staat, zoals ondergetekende, of op een van hout gesneden exemplaar, we zijn allemaal dienaren van het woord. Al schrijf ik dat natuurlijk, u mag het controleren, met een kleine letter en u met een grote.

Hoe het ook zij, aan mij de eer om jullie toe te spreken aan het begin van deze dag, het Preekfestival. En daar doe je een derde generatie domineeszoon natuurlijk een groot plezier mee.

Want laat ik met deur in huis vallen, over dat woord zou ik graag eens een hartig woordje met jullie spreken. Het zijn ingewikkelde tijden, wanneer je hier ten lande van dat woord gebruik maakt.

Terwijl ik dit schrijf zie ik op Twitter hoe bij een andere dienaar des woords, journalist Chris Klomp, een baksteen door de ruit gevlogen is. Op zijn deur werd een briefje geplakt met de oproep zijn sociale media-accounts te sluiten. ‘Anders komen we terug’. Eerder die week was te zien hoe Jan Roos, een mediamaker ter rechterzijde van het politieke spectrum close-up’s van zijn ogen plaatste, omdat hij voor zijn huis in elkaar geslagen was.

Wie mij nu glazig aankijkt en denkt: wie zijn die lui? Waar heeft die jongen het over? Prijs uzelf gelukkig dat u kennelijk niet tot de bewoners van het Twitteruniversum behoort. Toch denk ik dat wat zich op Twitter in extreme vorm manifesteert op dit moment het hele publieke debat in Nederland vervuilt. Tot aan verjaardagsfeestjes toe. Probeer het daar maar eens over – ik noem maar iets – Zwarte Piet te hebben.

We nemen elkaar voortdurend de maat. En dan niet op de inhoud, maar op de toon.

Iemand geeft aan van de term ‘Gouden Eeuw’ af te willen en hem wordt direct verwezen de geschiedenis te willen vervalsen. Een ander springt aan boord om te zeggen dat hij als witte man onvoldoende ‘agency’ heeft om zich hierover uit te spreken. ‘Echt zo iemand met een White Saviour Complex’, zegt de een. Echt zo’n politiek-correcte Social Justice Warrior, zegt de ander. Als je daar dan wat van zegt krijg je te horen aan ‘tone policing’ te doen.

Andersom: iemand spreekt online zijn verontwaardiging uit over het weinig verdraagzame karakter van islamitische schoolboeken. En diegene krijgt direct de wind van voren: maar jij bent toch zelf reformatorisch? Net alsof jullie scholen zo verdraagzaam zijn! Ook daar is een mooi Engels woord voor: ‘Whataboutism’. Ofwel de absolute eis voortdurend 100 % consequent in al je meningen te zijn.

Ik ben dit fenomeen ‘opinie-estheticisme’ gaan noemen; het idee dat een mening er alleen mag zijn als deze op de juiste toon verwoord is, door de juiste persoon gebracht word en dan ook nog eens in lijn is met alles wat diegene eerder over wat dan ook te berde gebracht heeft. Je zou het als een welvaartsziekte kunnen beschouwen: in een land waar vrijwel alles tot in de puntjes geregeld is kunnen we het ons kennelijk veroorloven om te haarkloven over hóe we een debat moeten voeren, in plaats van dat debat gewoon te voeren.

Gelukkig gooien we niet allemaal meteen een steen door de ruit van onze debatopponenten, maar verbaal scheelt het soms niet veel. Je zou bijna terug verlangen naar die tijd toen het publieke debat louter en alleen gevoerd werd op de kolommen van enkele kwaliteitskranten. Hoogleraren schreven

de opiniepagina’s vol en eens per week mochten lezers middels een ‘brief’ aan de hoofdredacteur. Het was van een heerlijke traagheid.

Bijna, zeg ik bewust, want onder aan de streep is de democratisering van het publieke debat als gevolg van internet wel degelijk een vorm van vooruitgang. Maar, en nu ga ik net als de Koning in de echte Troonrede klinken, we zijn volgens mij nog steeds een beetje aan het leren hoe we met die maximaal benutte vrijheid van meningsuiting om te gaan.

Daarom noem ik mijn Troonrede van vanmorgen een Toonrede. Een rede om de ‘toon’ van ons publieke debat ter discussie te stellen. Waarbij de ironie wil dat de eerste noot die ik daarover wil kraken is dat we het mínder over de toon moeten hebben. Anders gezegd: dat er – om het met Prediker te zeggen – een tijd voor alles is. Voor verontwaardiging, maar ook voor nuance. Om gierend uit de bocht te vliegen, maar ook om het vervolgens weer bij te leggen.

Voor De Correspondent ging ik vorig jaar op zoek naar de voorwaarden van een beter online debat. Ik interviewde debat- en dialoogdeskundigen, voerde een experiment uit met lezers en zocht naar best practises uit de wereld. Ik kwam bij een hele rits aan voorwaarden uit. licht er drie uit, en ik denk dat deze u als predikanten bekend zullen voorkomen. Zie het als aanwijzingen aan het begin van een dag waarop u zich bezint op de rol van de predikant in het publieke debat

De eerste noemde ik zojuist al: ‘er is een tijd voor alles’. Het tweede punt: in een discussie heeft iedereen gelijk. Of dan toch tenminste een béétje gelijk. De zorgen van iemand die de grens wil sluiten zijn even legitiem als de idealen van iemand die de grens wil openen. Het kan de moeite waard zijn het publieke debat eens als publieke dialoog te gaan beschouwen. Als de kunst om online, maar evenzeer in het echte leven op een kerkenraadsvergadering, te streven naar ‘diepe democratie’: vormen van menings- en besluitvorming die de wijsheid van de minderheid of minderheden mééneemt in plaats van daarover héén walst.

Het derde punt: meningen zijn overvloedig aanwezig, over ieder feit kun je tegenwoordig twisten. Maar wat het publieke debat míst zijn niet overtuigender opinies of zuiverder feiten, maar betere vragen. Een beetje zoals Jezus van Nazareth met zijn tijdgenoten interacteerde. Met een beetje googlen vond ik verspreid over de vier evangeliën maar liefst 194 vragen van Jezus.

  • ‘Wie denken de mensen dat ik ben?’
  • ‘Is het een verdienste als je liefhebt wie jou liefheeft?’
  • ‘Als ook het zout zijn smaak verliest, hoe kunnen we het dan zijn kracht teruggeven?’
  • Bedenk je eens wat het een impact het kan hebben als je bijdrage aan een publiek debat bestaat uit een goede vraag, in plaats van uit het juiste antwoord.

Goed, jullie zien, zoals een goede preek betaamt heeft ook deze toonrede drie punten. Stel vragen, zoek de wijsheid in het standpunt van een ander en niet alleen in die van jezelf en bedenk je dat er een tijd voor alles is. En zo is er ook een tijd om te zwijgen, en dat ben ik van plan nu te doen. Ik wens jullie een dag vol van elkaar’s wijsheid en verrassende vragen toe.