Categorie Teruglezen

Overdenking bij Efeze 3, dr. Kees van Ekris

 

Openingsbijeenkomst, Preekfestival, 17 september 2019, St. Joriskerk.

Een festival. Dat is een riskant woord. In een interview met Frits Bolkestein, merkte de interviewer op dat hij recent nog op het VVD-festival was geweest. Bolkestein hoefde dat woord festival maar te horen of fiolen van toorn kwamen los: ‘Dat vind ik zo’n onzin, om dat een féstival te noemen. Wie verzint dat nu toch?! Het is een jaarvergadering, politiek is toch geen festival. Politiek is niet leuk. De mensen in het land verwachten dat ook niet. Die verwachten gewoon een serieuze discussie over serieuze problemen’ (NRC 7 maart 2019).

Ik herken dat wel, ook als het gaat over preken. ‘Een preek-festival? Wie verzint dat nu toch?’ Preken is hard werken: vertalen, bijbelse theologie, clichés weigeren, de tijd aanvoelen, die vreemde spanning in de week op weg naar de zondag, mensen van vlees en bloed, met depressies, verveling en verlangen, die voor je zitten, die verlegen zijn om woorden. In het krachtenveld van de tekst zien te komen, de Geestkracht ontsluiten voor het nu. Een preek-festival? Is dat de zoveelste poging tot leukigheid in de kerk: een soort meet-up van performers die hun pitch gaan oefenen?

Efeze 3 is een schitterend hoofdstuk voor vandaag. Ik noem drie dingen: de vreugde, de gemeente en het Woord.

In de Efezebrief zit veel doxologie en voorbede. Je merkt aan alles dat hier geparticipeerd wordt in een krachtenveld van vreugde. Er wordt extravagant gesproken over de liefde van Christus en de afmetingen van het heil. Deze preek ontstaat vanuit die vreugde, en het wil de gemeente betrekken in die vreugde en zelfs tot de volheid van God. Adriaan Geense schreef: ‘Het orgaan om deze uitbundige manier van preken te registreren is bij ons geatrofieerd. Deze golflengte verstaan wij amper meer’. Misschien is een festival wel een uitstekend moment om elkaar te herinneren aan de vreugde van waaruit wij leven en spreken, en aan de vreugde die het doel van ons spreken is. Juist die vreugde kan soms een enorme geloofsduw geven, om midden in de treurige liturgie van hebzucht in onze samenleving, opeens te weten waarom je bevoorrecht bent als je het geloof hebt ontvangen.

Het tweede aanstekelijke in deze brief is de gemeente, het samenspel tussen apostel en gemeente. De voorbede, de bereidheid voor de ander te lijden, de noodzaak: we hebben elkaar nodig om de afmetingen van het heil: breedte en hoogte, lengte en diepte, te bevatten. Straks is er een sessie waarin collega Wessel ten Boom geïnterviewd wordt en ik zag een stelling voorbijkomen ter voorbereiding: ‘Waar prediker en gemeente elkaar dragen en liefhebben is eeuwig leven’. Deze brief en deze dag accentueert die dimensie: het gaat over opstandingskracht die in de gemeente in wil trekken en die gedijt en verdiept en de gemeente omhoogtrekt door de liefde en vanuit de liefde. De gemeente is op deze dag niet afwezig: we hebben haar op het oog in alles wat we doen.

En het derde is het Woord. Luther schreef dat de ziel veel kan missen, meer dan ze denkt, maar dat ze niet zonder het Woord van God kan. Daarom wordt in de Psalmen om dat Woord geroepen, daarom wordt dat Woord bezongen, daarom is er de klacht van droogte en schraalte als dat woord uitblijft, daarom wordt de ervaring met dat Woord gekoesterd. God heeft gesproken, en ik heb het gehoord, en het heeft aangeraakt en uit mijn verdriet en angst losgetrokken, ik heb op vaste grond gestaan. De Efezebrief is doxologie en voorbede, omdat Christus herkend is als het Woord van het God, het beslissende Woord, een Woord dat je optilt maar ook wapent tegen destructieve machten.

Een preek-festival. Wat mij betreft toch een mooi woord voor vandaag. Een feestelijk woord dat verwijst naar het spel dat gebeuren wil tussen de lofzegging, de gemeente en het Woord.

Juist als je gemeente kleiner wordt, en als jezelf ook soms van binnen kleiner wordt, juist dan komen we bij elkaar, als een tegenbeweging tegen zuinigheid en zuurheid, om elkaar te bemoedigen, op te vrolijken, aan te scherpen, om opnieuw met liefde het Woord te dienen, de gemeente, de vreugde.